Menu Sluiten

Conserveermiddelen en hoge bloeddruk

Conserveermiddelen E202 E224 E250 en E300 in bewerkte voedingsmiddelen

Conserveermiddelen opnieuw onder de loep: wat zegt nieuw onderzoek over E-nummers en hoge bloeddruk?

Conserveermiddelen zijn overal.

Ze zorgen ervoor dat brood langer houdbaar blijft, vleeswaren hun kleur behouden, gedroogd fruit minder snel bederft en sauzen, dranken en kant-en-klaarproducten langer in het winkelschap kunnen blijven staan.

Dat maakt ze buitengewoon nuttig voor de voedingsindustrie.

Maar een nieuwe grote Franse studie roept tegelijkertijd interessante vragen op over de mogelijke gezondheidseffecten van een aantal veelgebruikte conserveermiddelen.

En dit keer keken de onderzoekers niet alleen naar het algemene begrip ultrabewerkt voedsel, maar ook naar afzonderlijke additieven.

Dat maakt dit onderzoek bijzonder interessant.

Onderzoek onder ruim 112.000 mensen

De studie werd op 20 mei 2026 gepubliceerd in het gezaghebbende European Heart Journal.

Onderzoekers gebruikten gegevens uit de Franse NutriNet-Santé-studie en volgden 112.395 deelnemers.

De mediane follow-up bedroeg ongeveer acht jaar.

Tijdens het onderzoek werden onder andere:

  • 5.544 nieuwe gevallen van hoge bloeddruk vastgesteld;
  • 2.450 gevallen van hart- en vaatziekten geregistreerd;
  • 1.142 cerebrovasculaire gebeurtenissen vastgesteld;
  • 1.308 gevallen van coronaire hartziekte geregistreerd.

De deelnemers vulden herhaaldelijk zeer gedetailleerde 24-uurs voedingsregistraties in. Daarbij werden zelfs merken van producten geregistreerd.

Zo konden onderzoekers veel nauwkeuriger inschatten welke conserveermiddelen mensen daadwerkelijk binnenkregen.

29% hogere incidentie van hoge bloeddruk

Een van de opvallendste resultaten had betrekking op de totale hoeveelheid niet-antioxidatieve conserveermiddelen.

Mensen met een hoge consumptie hadden in deze studie een ongeveer 29% hogere incidentie van hoge bloeddruk dan deelnemers met een lagere consumptie.

Voor hart- en vaatziekten lag het verschil rond 16%.

Ook een hogere totale blootstelling aan antioxidatieve conserveermiddelen werd geassocieerd met meer gevallen van hoge bloeddruk.

Dat klinkt verontrustend.

Maar er hoort onmiddellijk een belangrijke kanttekening bij.

Verband is nog geen bewijs van oorzaak

Dit was een observationele cohortstudie.

Dat betekent dat onderzoekers verbanden kunnen ontdekken, maar daarmee nog niet kunnen bewijzen dat het conserveermiddel zelf de ziekte veroorzaakt.

Mensen die veel producten met conserveermiddelen eten, kunnen op allerlei andere manieren verschillen van mensen die voornamelijk verse producten eten.

De onderzoekers corrigeerden daarom voor veel mogelijke verstorende factoren, waaronder:

  • leeftijd;
  • geslacht;
  • gewicht;
  • lichaamsbeweging;
  • roken;
  • alcohol;
  • zoutconsumptie;
  • suiker;
  • vezelinname;
  • groente en fruit;
  • zuivel;
  • rood en verwerkt vlees;
  • en de totale hoeveelheid ultrabewerkt voedsel.

Ook na deze correcties bleven verschillende verbanden bestaan.

Dat maakt de resultaten interessant, maar nog steeds niet voldoende om te zeggen:

“Dit E-nummer veroorzaakt hoge bloeddruk.”

Daarvoor zijn aanvullende studies nodig.

Welke E-nummers vielen op?

Van de afzonderlijk onderzochte stoffen bleven verschillende verbanden statistisch significant.

Kaliumsorbaat – E202

Kaliumsorbaat is een veelgebruikt conserveermiddel dat vooral de groei van schimmels en gisten tegengaat.

In het Franse onderzoek werd een hogere blootstelling aan E202 geassocieerd met ongeveer 39% hogere incidentie van hoge bloeddruk.

Kaliumsorbaat wordt toegepast in uiteenlopende bewerkte voedingsmiddelen, waaronder bakkerijproducten, sauzen, spreads en bepaalde dranken.

Dat betekent overigens niet dat ieder product met E202 ongezond is. Het onderzoek keek naar de totale blootstelling binnen het voedingspatroon.

Kaliummetabisulfiet – E224

E224 behoort tot de groep sulfieten.

Sulfieten worden gebruikt om bederf en oxidatie tegen te gaan en kleurveranderingen te beperken.

Ze komen onder andere voor in:

  • wijn en andere alcoholische dranken;
  • bepaalde gedroogde vruchten;
  • aardappelproducten;
  • sommige sauzen en voedingsmiddelen.

In deze studie was een hogere inname van kaliummetabisulfiet geassocieerd met ongeveer 16% meer gevallen van hoge bloeddruk.

Opvallend was dat binnen de onderzochte populatie ruim 83% van de blootstelling aan sulfieten afkomstig was uit alcoholische dranken.

Natriumnitriet – E250

Natriumnitriet is vooral bekend van verwerkte vleesproducten.

Het wordt onder andere gebruikt om de groei van gevaarlijke bacteriën te remmen en draagt daarnaast bij aan de karakteristieke kleur en smaak van bepaalde vleeswaren.

Je kunt het bijvoorbeeld tegenkomen in:

  • ham;
  • bacon;
  • salami;
  • worst;
  • knakworsten;
  • andere gezouten en verwerkte vleesproducten.

In de NutriNet-Santé-studie werd een hogere blootstelling aan natriumnitriet geassocieerd met ongeveer 16% hogere incidentie van hoge bloeddruk.

Meer dan de helft van de nitrietblootstelling van de deelnemers kwam uit verwerkt vlees.

Dat geeft opnieuw een goede reden om vleeswaren niet tot de dagelijkse basisvoeding te maken.

Ascorbinezuur – E300

En dan wordt het onderzoek bijzonder interessant.

E300 is ascorbinezuur: vitamine C.

Diezelfde molecule vinden we van nature volop terug in groente en fruit.

Als additief wordt ascorbinezuur echter gebruikt als antioxidant, bijvoorbeeld om oxidatie en verkleuring tegen te gaan.

In het onderzoek was een hogere blootstelling aan E300 uit voedingsadditieven geassocieerd met:

  • ongeveer 14% hogere incidentie van hoge bloeddruk;
  • ongeveer 15% hogere incidentie van hart- en vaatziekten.

Betekent dit nu dat vitamine C ongezond is?

Absoluut niet.

Vitamine C uit groente en fruit blijft een essentiële voedingsstof.

De onderzoekers benadrukken juist dat een stof zich als geïsoleerd additief binnen een industrieel voedingsmiddel mogelijk anders kan gedragen dan dezelfde stof die van nature onderdeel vormt van een complete voedingsmatrix.

Nog meer stoffen vielen op

De onderzoekers vonden daarnaast verbanden voor onder andere:

  • natriumascorbaat – E301;
  • natriumerythorbaat – E316;
  • citroenzuur – E330;
  • rozemarijnextract – E392.

Ook groepen zoals sorbaten, sulfieten, nitrieten, ascorbaten en erythorbaten werden onderzocht.

Dit laat meteen zien waarom het te eenvoudig is om E-nummers automatisch in te delen in:

“natuurlijk = goed”

en

“synthetisch = slecht”.

Een aantal onderzochte stoffen komt immers ook van nature voor.

Maar zijn deze middelen volgens Europa dan niet veilig?

Voedingsadditieven die in Europa zijn toegestaan, worden beoordeeld door onder andere de European Food Safety Authority (EFSA).

Voor veel stoffen wordt een ADI vastgesteld: de Acceptable Daily Intake, oftewel de hoeveelheid die iemand volgens de beschikbare toxicologische gegevens dagelijks gedurende het leven kan consumeren zonder dat daarbij een relevant gezondheidsrisico wordt verwacht.

Interessant is dat in deze Franse studie vrijwel niemand de bestaande veiligheidsgrenzen overschreed.

Niemand overschreed bijvoorbeeld de ADI voor sorbaten, erythorbaten of nitraten.

Slechts een kleine groep deelnemers zat boven de vastgestelde ADI voor sulfieten of nitrieten.

En toch werden er statistische verbanden gevonden.

Dat is precies waarom de onderzoekers voorstellen dat deze nieuwe gegevens meegenomen worden bij toekomstige veiligheidsbeoordelingen.

Het onderzoek bewijst niet dat de huidige Europese normen onveilig zijn.

Het geeft wél aanleiding voor verder onderzoek.

En hoe zit het met het ‘stapeleffect’?

Dit is misschien wel het interessantste praktische punt.

Je eet doorgaans niet één product en krijgt vervolgens één additief binnen.

Een gemiddelde dag kan bijvoorbeeld bestaan uit:

ontbijtbrood,

een vleeswaar,

een kant-en-klare lunch,

een frisdrank,

een tussendoortje,

een saus,

een dessert,

en ’s avonds nog iets uit een verpakking.

Ieder product afzonderlijk kan keurig binnen de wettelijke normen vallen.

Maar samen ontstaat een voedingspatroon waarin je voortdurend verschillende additieven binnenkrijgt.

Wetenschappers kijken daarom steeds meer naar combinaties en langdurige blootstelling in plaats van uitsluitend naar één afzonderlijke stof.

Juist daar ligt een belangrijke onderzoeksvraag voor de komende jaren.

Moeten we nu bang worden voor ieder E-nummer?

Nee.

Dat zou naar mijn mening precies de verkeerde conclusie zijn.

Niet ieder E-nummer is verdacht.

Sommige E-nummers zijn gewone voedingsstoffen of stoffen die ook van nature voorkomen.

Vitamine C is E300.

Citroenzuur is E330.

Tocopherolen zijn vormen van vitamine E.

Het feit dat een stof een E-nummer heeft, betekent uitsluitend dat deze als additief binnen Europa is beoordeeld en gecodeerd.

Het probleem is dus niet:

“E-nummers zijn slecht.”

Een veel zinvollere vraag is:

Hoe ziet mijn totale voedingspatroon eruit?

Terug naar de basis

Daar ligt uiteindelijk de eenvoudigste oplossing.

Wie vooral kookt en eet vanuit basisproducten krijgt automatisch veel minder industriële toevoegingen binnen.

Maak daarom het grootste deel van je voeding uit:

  • verse en diepvriesgroenten;
  • fruit;
  • peulvruchten;
  • volkoren granen;
  • aardappelen;
  • ongezouten noten en zaden;
  • eieren;
  • naturel zuivel wanneer je dit gebruikt;
  • vis;
  • en eventueel vers, onbewerkt vlees.

Niet omdat elk bewerkt product gevaarlijk is.

Maar omdat een voedingspatroon met veel onbewerkte en minimaal bewerkte producten inmiddels op meerdere fronten de verstandigste basis blijkt.

Kijk vooral kritisch naar vleeswaren

Vleeswaren verdienen wat extra aandacht.

Salami, bacon, ham, knakworsten en verschillende andere bewerkte vleesproducten bevatten regelmatig nitriet of nitraat.

Daar komt bij dat verwerkt vlees vaak relatief veel zout bevat.

Je hoeft een plakje ham dus niet als gif te behandelen.

Maar er is ook weinig reden om vleeswaren iedere dag als standaard broodbeleg te gebruiken.

Probeer bijvoorbeeld eens:

  • gekookt ei;
  • hüttenkäse;
  • avocado;
  • zelfgemaakte hummus;
  • 100% pindakaas;
  • tomaat met mozzarella;
  • restjes kip of vis zonder industriële vleeswarenbereiding.

Maak sauzen eens zelf

Een ander eenvoudig punt waarop je de hoeveelheid sterk bewerkte voeding kunt verminderen zijn sauzen en marinades.

Een basissaus hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn.

Denk aan:

Yoghurtsaus: naturel yoghurt + citroen + knoflook + kruiden.

Tomatensaus: tomaten + ui + knoflook + Italiaanse kruiden.

Dressing: olijfolie + azijn + mosterd + peper.

Hummus: kikkererwten + tahin + citroen + knoflook.

Je weet precies wat erin zit en ontdekt vaak dat zelfgemaakt bovendien veel lekkerder is.

Maar plantaardig is toch automatisch gezond?

Hier zit tegenwoordig een interessante valkuil.

Plantaardig betekent niet automatisch onbewerkt.

Groente, fruit, bonen, linzen, noten, zaden en volkoren granen zijn plantaardig én minimaal bewerkt.

Maar een industriële vegan burger, vegan worst, vegan kaas of plantaardige nuggets kunnen uit een lange lijst ingrediënten bestaan en vallen regelmatig onder ultrabewerkte voedingsmiddelen.

Dat betekent niet dat alle vleesvervangers ongezond zijn.

Er bestaan prima alternatieven.

Maar kijk verder dan alleen het woord “plantaardig” op de verpakking.

Een product kan vegan zijn en tegelijkertijd sterk bewerkt.

Hoe herken je een eenvoudige vleesvervanger?

Kijk bijvoorbeeld eens naar:

  • tofu;
  • tempeh;
  • peulvruchten;
  • linzenburgers met een korte ingrediëntenlijst;
  • producten op basis van bonen;
  • ongezoete sojaproducten.

Ook hier geldt:

hoe dichter bij het oorspronkelijke voedingsmiddel, hoe eenvoudiger de keuze meestal wordt.

De belangrijkste conclusie

De nieuwe NutriNet-Santé-studie is interessant genoeg om serieus te nemen.

Bij ruim 112.000 mensen werden hogere innames van verschillende conserveermiddelen geassocieerd met een hogere incidentie van hoge bloeddruk en, voor enkele stoffen of groepen, hart- en vaatziekten.

Dat is géén bewijs dat deze conserveermiddelen de oorzaak zijn.

Maar het is evenmin iets dat we zomaar hoeven weg te wuiven.

Het onderzoek onderstreept vooral een advies dat eigenlijk verrassend eenvoudig is:

maak verse en minimaal bewerkte voedingsmiddelen de basis van je dagelijkse voeding.

Je hoeft niet met een vergrootglas angstig iedere E-code op een verpakking te controleren.

Draai het liever om.

Koop vaker producten waarvoor nauwelijks een ingrediëntenlijst nodig is.

Groenten.

Fruit.

Peulvruchten.

Volkoren granen.

Noten.

Eieren.

Naturel zuivel.

Vis.

En eenvoudige basisproducten waarmee je zelf je maaltijd maakt.

Dan hoef je veel minder na te denken over wat je allemaal moet vermijden.

Je kiest namelijk automatisch vaker voor wat je wél wilt eten.

De wetenschappelijke kern van deze versie volgt rechtstreeks uit het oorspronkelijke European Heart Journal-onderzoek: 112.395 deelnemers, 58 gedetecteerde conserveermiddelen, 17 die individueel voldoende vaak werden gebruikt om te analyseren, en meerdere statistische verbanden die ook na uitgebreide correcties overeind bleven. De auteurs benadrukken zelf dat hun onderzoek geen causaliteit bewijst en dat bevestiging door andere epidemiologische en experimentele studies nodig is. (OUP Academic)

Bron voor het hoofdonderzoek: Hasenböhler et al., Preservative food additives, hypertension, and cardiovascular diseases: the NutriNet-Santé study, European Heart Journal, gepubliceerd 20 mei 2026. (OUP Academic)

Veelgestelde vragen over conserveermiddelen en E-nummers

Zijn E-nummers ongezond?

Nee. Een E-nummer betekent niet automatisch dat een stof ongezond of gevaarlijk is. Het is een Europese aanduiding voor een voedingsadditief dat voor gebruik in voeding is toegelaten. Sommige E-nummers zijn zelfs stoffen die we van nature in voeding aantreffen, zoals ascorbinezuur (vitamine C, E300) en citroenzuur (E330).

Interessanter dan alleen naar het E-nummer te kijken, is daarom de vraag hoeveel sterk bewerkte voedingsmiddelen je dagelijks eet en hoe je totale voedingspatroon eruitziet.

Is E202 (kaliumsorbaat) gevaarlijk?

Kaliumsorbaat (E202) is een conserveermiddel dat de groei van schimmels en gisten helpt tegengaan.

In het grote Franse NutriNet-Santé-onderzoek werd een hogere blootstelling aan kaliumsorbaat geassocieerd met een hogere incidentie van hoge bloeddruk.

Dat betekent niet dat wetenschappelijk bewezen is dat E202 hoge bloeddruk veroorzaakt. Het betreft observationeel onderzoek. De uitkomst is wel interessant genoeg voor verder onderzoek naar langdurige blootstelling aan dit conserveermiddel.

Wat is E224?

E224 is kaliummetabisulfiet en behoort tot de sulfieten. Sulfieten worden onder andere gebruikt om oxidatie, verkleuring en bederf tegen te gaan.

Ze kunnen voorkomen in bijvoorbeeld wijn, gedroogde vruchten en bepaalde bewerkte voedingsmiddelen.

In het Franse onderzoek werd een hogere blootstelling aan E224 geassocieerd met een hogere incidentie van hoge bloeddruk. Ook hier geldt dat een statistische associatie nog geen bewijs voor een oorzakelijk verband is.

Is E250 (natriumnitriet) schadelijk?

E250 is natriumnitriet. Het wordt vooral gebruikt bij de productie van bepaalde vleeswaren en andere verwerkte vleesproducten.

Nitriet helpt onder andere de groei van gevaarlijke micro-organismen tegen te gaan en speelt een rol bij de kleur en smaak van vleeswaren.

Een hogere blootstelling aan natriumnitriet werd in het NutriNet-Santé-onderzoek geassocieerd met een hogere incidentie van hoge bloeddruk.

Los daarvan adviseren gezondheidsorganisaties al langer om de consumptie van verwerkt vlees te beperken.

Waar zit E250 in?

Natriumnitriet kan voorkomen in producten zoals ham, bacon, salami, worst en andere gepekelde of geconserveerde vleesproducten.

Of E250 daadwerkelijk aanwezig is, kun je controleren op de ingrediëntenlijst. Daar kan het vermeld staan als natriumnitriet of als E250.

Is E300 niet gewoon vitamine C?

Ja. E300 is ascorbinezuur, oftewel vitamine C.

Als voedingsadditief wordt ascorbinezuur onder andere als antioxidant gebruikt. Het kan helpen oxidatie en ongewenste kleurveranderingen tegen te gaan.

Dat E300 in een observationeel onderzoek geassocieerd werd met bepaalde gezondheidsuitkomsten betekent nadrukkelijk niet dat vitamine C uit groente en fruit ongezond is.

Groente en fruit blijven belangrijke onderdelen van een gezond voedingspatroon.

Wat zijn conserveermiddelen eigenlijk?

Conserveermiddelen zijn stoffen die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd om bederf door bijvoorbeeld bacteriën, gisten en schimmels tegen te gaan of om producten langer stabiel te houden.

Conservering heeft ook belangrijke voordelen. Het kan voedsel veiliger maken, de houdbaarheid verlengen en voedselverspilling verminderen.

De discussie gaat daarom niet simpelweg over ‘conserveermiddelen goed of slecht’, maar over de veiligheid van specifieke stoffen, gebruikte hoeveelheden en langdurige blootstelling.

Zijn natuurlijke conserveermiddelen altijd beter?

Nee.

‘Natuurlijk’ betekent niet automatisch veilig en ‘synthetisch’ betekent niet automatisch schadelijk.

De chemische eigenschappen, dosis en totale blootstelling zijn veel belangrijker dan het etiket natuurlijk of kunstmatig.

Krijg je te veel conserveermiddelen binnen als je veel ultrabewerkt voedsel eet?

Wie veel industrieel samengestelde voedingsmiddelen consumeert, kan aan meer verschillende additieven worden blootgesteld.

Maar niet ieder ultrabewerkt voedingsmiddel bevat dezelfde conserveermiddelen en niet ieder bewerkt voedingsmiddel is automatisch ongezond.

Het is daarom verstandiger om naar het complete voedingspatroon te kijken.

Wat wordt bedoeld met het stapeleffect van additieven?

Gedurende één dag kun je verschillende producten eten die meerdere additieven bevatten. Daardoor ontstaat blootstelling aan combinaties van stoffen.

De mogelijke gezondheidseffecten van dergelijke mengsels zijn wetenschappelijk ingewikkelder te onderzoeken dan die van één afzonderlijke stof.

Juist daarom is onderzoek naar langdurige blootstelling en combinaties van additieven interessant.

Het begrip ‘stapeleffect’ mag echter niet worden uitgelegd alsof inmiddels bewezen is dat iedere combinatie van toegestane E-nummers gevaarlijk is.

Moet ik alle producten met E-nummers vermijden?

Nee.

Dat is niet nodig en praktisch nauwelijks zinvol.

Kijk liever naar het grotere geheel. Als groenten, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten, zaden en andere minimaal bewerkte producten de basis van je voeding vormen, verminder je automatisch je afhankelijkheid van sterk bewerkte producten.

Zijn vleeswaren ongezond?

Voor verwerkt vlees geldt al langer het advies om er niet te veel van te eten.

Onder verwerkt vlees vallen bijvoorbeeld bepaalde soorten ham, salami, bacon, worst en knakworsten.

Je kunt broodbeleg regelmatig vervangen door bijvoorbeeld ei, hummus, 100% pindakaas, hüttenkäse, avocado of andere eenvoudige alternatieven.

Zijn plantaardige vleesvervangers altijd ultrabewerkt?

Nee.

Dit is een belangrijk onderscheid.

Sommige plantaardige burgers, worsten, nuggets en andere vleesimitaties zijn sterk of ultrabewerkt en kunnen een lange ingrediëntenlijst bevatten.

Maar tofu, tempeh, bonen, linzen en eenvoudige producten op basis van peulvruchten zijn eveneens plantaardige alternatieven en hoeven helemaal niet ultrabewerkt te zijn.

‘Plantaardig’ is daarom op zichzelf geen garantie voor gezond, maar evenmin een synoniem voor ultrabewerkt.

Wat kan ik zelf doen om minder additieven binnen te krijgen?

Je hoeft daarvoor niet obsessief etiketten te bestuderen.

Begin bij de basis van je boodschappenmandje. Kies vaker voor groenten, fruit, peulvruchten, volkorenproducten, aardappelen, ongezouten noten en zaden en andere eenvoudige voedingsmiddelen.

Maak waar mogelijk zelf sauzen, dressings en maaltijden en beperk producten waarvan de ingrediëntenlijst voornamelijk bestaat uit sterk geraffineerde ingrediënten en allerlei toevoegingen.

Wat is uiteindelijk het belangrijkste advies?

Wees niet bang voor één los E-nummer.

Kijk naar je totale voedingspatroon.

Een voedingspatroon waarin verse en minimaal bewerkte producten de hoofdrol spelen, is een veel praktischere aanpak dan proberen ieder afzonderlijk additief uit je leven te bannen.

Kort gezegd: minder angst voor E-nummers, meer aandacht voor echt eten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!